Phiny Dick

Phiny Dick

wordt op 14 september 1912 in Rotterdam geboren als Afine Kornelie Dik. Ze is het enige kind van Afina Hazewinkel en Kornelis Egbert Dik, gezagvoerder op de grote vaart. Het is een dromerig meisje, dat zich urenlang kan inleven in de gravures van Gustave Doré in het sprookjesboek ’Moeder de Gans’ van Perrault.

Haar talent voor tekenen blijkt als ze in 1933 voor haar verloofde Marten Toonder de schetsen voor de beeldverhalen ’Thijs IJs’ maakt. Voor het tijdschrift ’Extra’ maakt ze de weekstrip ’Doris en Daantje’.

Phiny Dick

In 1939 begint ze zelf geïllustreerde kinderboeken te schrijven. Het eerste gaat over een poes, Miezelientje. Deze poes vertoont een opvallende gelijkenis met Marten Toonders’ Tom Poes, de kater die een kleine twee jaar later in de krant verschijnt. Het is typerend voor de invloed die Marten Toonder en Phiny Dick al schrijvend en tekenend op elkaar hebben. De teksten bij de eerste 23 Tom Poes-verhalen zijn geheel in haar stijl.

Phiny Dicks boeken, zoals ’Van Pom, Verk en Fop’ en ’Suizebol en Bijdepink’, zijn een groot succes. Desondanks besluit ze zich na de oorlog toe te leggen op beeldverhalen. Ruim tien jaar lang maakt ze de strip ’Olle Kapoen’ die ook verschijnt in Noorse, Zweedse en Franse dag- en weekbladen. Daarnaast schrijft ze het beeldverhaal ’Birre Beer’ en enkele verhalen van de strip ’Kappie’.

Phiny Dick

Ook als portrettiste en schilderes is ze veelzijdig en begaafd. Voor het boek ’De dag na Betlehem’ van haar zwager Jan Gerhard Toonder maakt ze in 1941 een reeks pastels. Ze leert de Chinese schildertechniek, en in haar ’Ierse periode’ begint ze te schilderen met olieverf, acryl, plakkaat- en waterverf. Vele van De Bezige Bij’s Bommelpocket/-paperbackomslagen zijn van haar hand. Ze is Marten Toonders muze.

Phiny Dick overlijdt in Blackrock, Ierland op 7 augustus 1990.