Andere stripfiguren en de Toonder Studio’s

In 1941 werd Marten Toonder uitgenodigd voor een gesprek bij de ’Nederlandse Film’. Dit bedrijf had gehoord van zijn belangstelling voor het maken van een tekenfilm. Volgens een vriend, Bouman, was dit bedrijf echter een NSB-onderneming.
Bouman vertelde dat Polygoon bezig was een tekenfilm over Tijl Uilenspiegel te maken. Toonder mocht van de baas van Polygoon gaan experimenteren met het maken van tekenfilmpjes met eigen figuren, en hier probeerde hij Tom Poes en Heer Bommel voor het eerst te laten bewegen.
Bouman was ondertussen personeel aan het werven voor een te verschijnen Tom Poes tekenfilm. Op het beslissende moment trok de directeur van Polygoon zich echter terug uit de produktie. Het bleek dat van de bezetter slechts de Nederlandse Film tekenfilms mocht maken.
Enige tijd later werd Toonder gebeld door Degeto film, een Duits bedrijf. Hiervan kreeg hij het aanbod een 80 minuten durende Tom Poes tekenfilm te maken. Het bedrijf gaf aan apolitiek te zijn, en een dito film te willen. Toonder zei in eerste instantie nee. Van Bouman, die ondertussen niet stil had gezeten, hoorde hij dat ene Joop Geesink bezig was om een reclametekenfilm voor de Nederlandse Spoorwegen te maken, en elf tekenaars voor zich had werken. Toonder kende deze Geesink wel van zijn affiches en advertenties, en voelde een zekere affiniteit met hem.
Geesink en Toonder besloten te gaan samenwerken op tekenfilmgebied, hiertoe aangespoord door Bouman. Omdat de bezetter nu eiste dat alle tekenfilms door de Nederlandse Film gemaakt zouden worden, was het bedrijf Degeto de enige werkgever die in aanmerking kwam.
Toonder ging daar nu opnieuw langs, en zei de Tom Poes tekenfilm te willen maken op voorwaarde dat hij zelf zou kunnen bepalen wat de inhoud zou zijn. Samen met Geesink werd een overeenkomst met Degeto getekend. Voor de produktie werden de Geesink-Toonder studio’s opgericht.
Omdat in opdracht van de bezetter werd gewerkt, kregen medewerkers vrijstelling van deportatie naar Duitsland. Dit argument ging steeds zwaarder wegen bij het aannemen van personeel, zodat het personeelsbestand flink werd uitgebreid.
Geesink vatte al snel enthousiasme op voor het maken van poppenanimatiefilms. Een eerste opdracht voor een reclameanimatiefilm kwam van Philips. In 1943 kwam er een splitsing tussen poppenfilm, waarmee Geesink zich bezighield, en Toonders tekenfilms. Vanaf 1944 werd de naam van de studio's een dekmantel voor de illegale drukkerij D.A.V.I.D. (De Algemene Vrije Illegale Drukkerij).
In 1948 maakte de tekenfilmafdeling van de Toonder Studio's een aantal reclamefilms in opdracht van Philips. De films werden in kleur uitgebracht en hadden elk een speelduur van vier minuten. In 'Tom Puss and the Haunted Castle' bieden Tom Poes en Heer Bommel hulp in een kasteel dat wordt geteisterd door een schaduwenplaag. Door een Philips gloeilamp te ontsteken brengt onze jonge vriend uitkomst - de schaduwen verdwijnen als sneeuw voor de zon.

Na de oorlog begon de opleving van het stripverhaal. Tom Poes verscheen in het NRC en de snel in oplage stijgende Volkskrant. Er werden vele nieuwe strips opgezet, waaronder Olle Kapoen door Phiny Dick, Kappie in eind 1945, en Panda in 1948. De Telegraaf, die in de oorlog Tom Poes had gepubliceerd, wilde ook weer een Toonderstrip en na overleg werd besloten dat Koning Hollewijn in deze krant kwam te staan, vanaf maart 1954.
In november 1947 kwamen de Toonder Studio's met een eigen weekblad, ’Tom Poes Weekblad’ op de markt. In 1951 werd besloten met de uitgave hiervan te stoppen. De strips liepen wel, maar het binnenkomende geld werd voor het overgrote deel door de verlies draaiende tekenfilmafdeling opgeslokt. Dit zat niet iedereen even lekker, onder andere Ton de Zwaan, die als zakelijk compagnon verantwoordelijk was voor de verkoopsuccessen van strips in het buitenland (vooral 'Panda' was een wereldwijde hit), waarmee hij internationaal de reputatie van Nederland als stripproducerend land vestigde.
In 1953 gingen Toonder en hij als heren uiteen, en de Zwaan richtte zijn eigen syndicaat op, het Swan Feature Syndicate. Hij nam enkele tekenaars van de Toonder Studio’s met zich mee, onder andere Hans Kresse (Eric de Noorman) en Henk Sprenger (Kick Wilstra).

Ondanks dit vertrek van medewerkers ging het nog steeds goed met de Toonder Studio's. Toonders ideeënmensen, zoals Waling Dijkstra, Dirk Huizinga en Lo Hartog van Banda, die samen met Toonder zelf de zogenaamde ’Brain Trust’ vormden, zorgden voor de regelmatige toestroom van nieuwe ideeën voor verhalen. Met een groot aantal tekenaars en schrijvers werd de productie voortgezet, en in de vijftiger en zestiger jaren flink uitgebreid. Ook Toonders zoon Eiso bedacht plots en schreef teksten voor grote aantallen verhalen van Kappie, Koning Hollewijn en Panda.
In de kranten verschenen verschillende strips van Toonder-tekenaars. Gerrit Stapel, George Mazure, Jan van Haasteren, Jan Wesseling, Dick Vlottes, Gerard Soeteman, Thé Tjong-Khing, Andries Brandt, Richard Klokkers en Jan van Reek werkten aan series zoals 'Floris', 'Myra van Dijk', 'Marion', 'Horre, Harm en Hella' , ’Student Tijloos’, en 'Martin Evans'.
In 1955 vestigde het gezin Toonder zich in Blaricum. Inmiddels hadden Marten en Phiny vier kinderen; twee zoons en twee geadopteerde dochters. Tijdens een vakantie in Ierland besefte Toonder dat hij ’een zorgelijk ondernemende werkgever’ was geworden in plaats van ’een schrijvende tekenaar’. Hij nam ontslag als directeur van de Toonder Studio’s en verhuisde in 1965 naar Greystones in Ierland, waar hij zich geheel richtte op het tekenen en schrijven van de Bommel en Tom Poes verhalen.
© Toonder Compagnie B.V.
