Panda
Toen de landgrenzen na de oorlog weer open gingen, trok Martens zakelijke compagnon Anton de Zwaan er op uit om de stripproducties van de Toonder Studio's op de internationale markt te brengen. De Amerikaanse cartoonsyndicators moesten hun Europese distributie nog herstellen, zodat hij grote belangstelling in beeldverhalen ontmoette van vele redacties en uitgevers. Helaas oversteeg de vraag zijn aanbod; zijn showmateriaal beperkte zich tot producties als Eric de Noorman, Tom Poes, Olle Kapoen, Kappie en enkele gagstrips.
Om die reden blies Marten Panda tot leven: een prettig te tekenen beertje vol zwart-wit kontrast en met een hoog aaibaarheidsgehalte; een figuurtje ook, waar men zich mee kon identificeren. Want Panda's vader stuurde hem de wijde wereld in en gaf hem daarbij een daalder met de raad om goed zijn best te doen zodat hij op eigen benen kon staan. In het eerste verhaal al ontmoette hij een sluwe vos, duidelijk geïnspireerd op Reinaert, de mooiprater uit het gelijknamige middeleeuwse dierenepos, en die nu Joris Goedbloed heette.
Panda slaagde er op den duur in, zijn daalder om te zetten in een klein fortuin waarmee hij zich een buitengoed (Hobbeldonk) en een butler (Jollipop) aanschafte, zodat hij de allures van heer Bommel kreeg.
Panda werd de bestseller van de Studio's, met plaatsingen in tal van Europese kranten en tijdschriften in Australië, België, Curacao, Denemarken, Duitsland, Engeland, Finland, Frankrijk, Ierland, Luxemburg, Noorwegen, IJsland en Zweden. Vooral de plaatsing in Britse kranten droeg bij tot zijn prestige. Speciaal voor die markt werden de onderschriften vervangen door balloons.
In Nederland verschenen de 185 verhalen over Panda van 23 december 1946 tot eind 1988 zonder onderbreking in de bladen van de Grote Provinciale Dagbladpers.
© Toonder Compagnie B.V.
